10 maart 2026
Heb je een vraag? Bel ons: +31 70 361 70 09
Voor veel bedrijfsjuristen is het inschakelen van een extern advocatenkantoor nog altijd de vaste route zodra een juridisch vraagstuk complex wordt. Maar die vanzelfsprekendheid staat steeds vaker ter discussie. De vraag naar juridisch advies groeit, terwijl budgetten onder druk blijven staan. Daardoor kijken juridische afdelingen kritischer naar de vraag welk werk zij zelf kunnen doen, wat slimmer georganiseerd kan worden en wanneer externe expertise echt nodig is.
Die ontwikkeling werd onlangs ook beschreven in een analyse van Thomson Reuters over de legal markt in de Verenigde Staten. De combinatie van stijgende uurtarieven, geopolitieke onzekerheid en toenemende regelgeving zet corporate legal teams daar onder druk. De general counsels kiezen daardoor vaker voor het inschakelen van kleinere kwalitatieve advocatenkantoren met lagere uurtarieven. Volgens Thomson Reuters kunnen die tariefverschillen oplopen tot circa 40 procent. Toon van de Wetering, partner bij DRB, herkent die ontwikkeling ook in de Nederlandse markt. “Er is simpelweg meer juridisch werk, terwijl budgetten niet altijd meegroeien. Dan ga je automatisch kijken: wat kunnen we zelf doen en waar schakelen we externe expertise in?”
De trend is niet alleen zichtbaar in de Verenigde Staten. Ook in Nederland en Europa ontwikkelen bedrijfsjuridische afdelingen zich snel. Teams halen meer expertise in huis en zetten technologie en AI gerichter in. Vooral bij standaardwerkzaamheden, zoals contractanalyse, documentvergelijking en juridisch uitzoekwerk, spelen AI en standaardisatie een steeds grotere rol. Daardoor kunnen interne legal teams efficiënter werken en hun capaciteit beter opschalen. “AI kan een groot deel van dat basiswerk overnemen, maar juist op strategisch niveau blijft de menselijke factor essentieel. Dat heeft ook gevolgen voor de manier waarop bedrijven externe advocaten inschakelen.”
Die ontwikkeling betekent niet dat externe advocaten minder belangrijk worden, maar wel dat hun toegevoegde waarde verschuift. Volgens Toon ligt die steeds minder in uitgebreide juridische memo’s en steeds meer in strategisch, op maat gemaakt advies. “Bedrijven zitten vaak niet te wachten op een analyse met alle mitsen en maren. Ze willen weten: Wat betekent dit concreet voor ons? Wat zijn de risico’s, de gevolgen en wat is de beste route vooruit?”
Juist daar kan een ervaren advocaat het verschil maken: niet alleen met juridische kennis, maar ook met inzicht in organisaties en gevoel voor de bredere context waarin besluiten worden genomen. “Soms is procederen juridisch mogelijk, maar strategisch niet de beste keuze. Dan kan het verstandiger zijn om te schikken of een andere route te kiezen. Dat soort afwegingen vragen ervaring en gevoel voor de business.”
Tegelijkertijd ontwikkelt de bedrijfsjurist zich steeds vaker tot strategische sparringpartner binnen de organisatie. Wie alles zelf wil uitzoeken, loopt het risico dat andere belangrijke dossiers blijven liggen. “Dan moet je als bedrijfsjurist businessminded zijn en op tijd besluiten om een externe specialist in te schakelen.”
Juist daarom wordt de samenwerking tussen interne legal teams en externe advocaten steeds belangrijker. Volgens Toon werkt dat het best wanneer beide partijen elkaar goed begrijpen. “Advocaten zouden vaker bij hun cliënten moeten zitten. Ga langs, ga lunchen, vraag waar ze tegenaan lopen. Wat hebben ze nodig? En waar zitten ze juist niet op te wachten?”
Wanneer die samenwerking goed is ingericht, versterken beide partijen elkaar: de bedrijfsjurist bewaakt de koers van de organisatie, terwijl de advocaat specialistische expertise toevoegt op de momenten waarop die echt het verschil maakt.