02 maart 2026
Heb je een vraag? Bel ons: +31 70 361 70 09
“Generative AI neemt juridisch werk niet over”, zegt Tobias Veldkamp, senior consultant bij DRB. “Maar het verandert wél fundamenteel wat organisaties van hun juristen verwachten.”
Die verschuiving voltrekt zich sneller dan veel juridische teams willen toegeven. Waar generative AI nog vaak wordt benaderd als een efficiëntietool, raakt de impact aan iets veel groters: het competentieprofiel van de moderne bedrijfsjurist. Niet de technologie zelf staat centraal, maar het vermogen om technologie, strategie en menselijk oordeel met elkaar te verbinden.
Dat beeld wordt bevestigd door recente inzichten over de toekomst van legal operations. In What is the future of legal operations in 2026? (Wolters Kluwer) wordt duidelijk dat de rol van de bedrijfsjurist veelzijdiger en strategischer wordt. Juridische expertise blijft essentieel, maar is niet langer voldoende om duurzaam waarde toe te voegen in een steeds complexer organisatorisch en technologisch speelveld.
Volgens Tobias is het idee dat AI juridisch werk simpelweg overneemt vooralsnog een misvatting. “Generative AI kan juridische processen versnellen en structureren, maar organisaties hebben vooral behoefte aan juristen die begrijpen hoe zij die technologie verantwoord inzetten. Zeker binnen juridische teams, waar complexe belangen, grote hoeveelheden data en bestuurlijke gevoeligheid samenkomen.” Het competentieprofiel van de bedrijfsjurist verschuift wel zichtbaar. Naast inhoudelijke expertise worden soft skills steeds belangrijker: samenwerken in multidisciplinaire teams, helder communiceren met business en bestuur, en effectief opereren in een snel veranderende organisatie.
Daarbovenop ontstaat een nieuwe competentielaag: technologische vaardigheid. “Prompt-engineering is daar een concreet voorbeeld van”, aldus Tobias. “Wie in staat is om de juiste vragen aan AI-systemen te stellen, verhoogt de kwaliteit van de juridische output aanzienlijk. Maar prompt-engineering vraagt inzicht in context, risico’s en strategische doelen.”
Organisaties die vooroplopen integreren AI niet ad hoc, maar structureel. Contractmanagement wordt slimmer ingericht, jurisprudentieonderzoek wordt ondersteund door gespecialiseerde legal tech, en repetitieve werkzaamheden verschuiven van junior juristen naar systemen. “Opvallend is dat deze ontwikkeling plaatsvindt binnen een traditioneel behoudende juridische sector. Steeds meer advocatenkantoren en juridische afdelingen durven te experimenteren, gedreven door het besef dat stilstand geen optie is.”
De verschillen tussen organisaties zijn groot. “Sommige juridische teams zijn al jaren bezig met AI-integratie, terwijl andere zich nog in een verkennende fase bevinden. In gesprekken met bedrijfsjuristen en legal leaders zien we dat de praktijkervaring soms beperkt is, maar de ambitie om te groeien juist groot.”
De toekomst van de bedrijfsjurist vraagt om meer dan het volgen van technologische trends. Het vraagt om legal leadership: professionals die technologie niet alleen toepassen, maar richting geven aan hoe die technologie het juridische vak versterkt. “Generative AI en prompt-engineering zijn geen doel op zich, maar middelen binnen een bredere strategische ontwikkeling. Een ontwikkeling waarin technologie, strategie en menselijk karakter samenkomen.”
Precies daar ligt het nieuwe competentiespectrum van de bedrijfsjurist, besluit Tobias: “Het vermogen om te blijven leren, kritisch te blijven denken en verantwoordelijkheid te nemen voor de menselijke maat, wordt een doorslaggevend onderscheidend vermogen.”